
De camera die aangaat is niet het begin van een goed interview. Het begin ligt tien, vijftien minuten eerder, in een gesprek dat niemand later terugziet.
De meeste mensen hebben nog nooit voor een camera gestaan, en dat voel je. Voor er ook maar één vraag gesteld wordt, nemen we tijd om gewoon te praten — over de dag, de opstelling, wat er zo dadelijk gevraagd gaat worden. Niet om het antwoord vast te leggen, maar om de eerste zenuwen alvast kwijt te raken vóór het rode lampje brandt.
Wie tijdens de opname voor het eerst een lastige vraag hoort, gaat zoeken naar het juiste antwoord in plaats van gewoon te vertellen. Daarom komen de onderwerpen — niet de exacte vragen — altijd vooraf al aan bod. Zo is er tijdens de opname niets meer om over na te denken, alleen nog iets om te vertellen.
Een goede interviewer kijkt de geïnterviewde aan, niet de camera. Zo ontstaat een gesprek tussen twee mensen, met de camera als stille getuige — in plaats van een ondervraging waarbij iemand tegen een lens praat. Dat verschil is op het scherm meteen zichtbaar, ook al kan een kijker niet meteen benoemen waarom het ene interview natuurlijker aanvoelt dan het andere.
"Als je je versprak, gaan we gewoon opnieuw" en "we knippen alles wat niet goed voelt eruit" lijken vanzelfsprekend, maar precies dat soort geruststelling voorkomt dat iemand elk woord op voorhand controleert. Wie weet dat een fout geen ramp is, praat losser — en dat is precies wat een testimonial geloofwaardig maakt.
Tegen de tijd dat de eerste echte vraag valt, is het grootste deel van het werk al gedaan.